Het katertje Toto

Toto bang of uitdagend

Lees hier het complete verhaal van het katertje Toto

Het was niet voor het eerst dat een mens een moederpoes met kitten in een teiltje op het water zette en het zal ook niet de laatste keer zijn, maar Toto, de benjamin van het stel, vond het reuze interessant. Natuurlijk had ook hij honger, net zoals z’n moeder en broertjes en zusjes maar de nieuwe wereld was nog interessanter. Toch zouden ze het avontuur niet overleefd hebben als de kinderen ze niet gevonden hadden. De katten waren zwak, ziek en ondervoed. Moederpoes had geen melk genoeg voor haar kitten en ondanks dat Toto de kleinste en zwakste was, was hij vastberaden nog meer van het leven te zien. Dat hij die kans kreeg had hij te danken aan de kinderen. Toen ze eenmaal gevonden waren, werden ze naar een grote kamer gebracht en kregen ze eten. Het huis waar ze nu waren, was een asiel.

Toto blijft alleen achter

Een man met een witte jas onderzocht ze allemaal en een mevrouw verzorgde Toto met een flesje warme melk waarin de dokter medicijnen had gedaan. De overige kittens waren nog krachtig genoeg om zelf te eten en moederpoes zocht een rustig plekje in een doos en gunde zichzelf de slaap die ze nodig had. Na een paar weken ging het met de poezenfamilie al veel beter maar Toto bleef erg klein en teer. Ondanks dat was het een dondersteen en keek hij met z’n blauwe oogjes stout de wereld in. Z’n muizenstaartje zwiepte uitdagend heen en weer en hij besprong z’n moeder regelmatig, die hem dan een lel met haar poot gaf om hem duidelijk te maken dat ze in zijn spelletjes geen zin had. In de weken die daarna volgden zag Toto z’n broertjes en zusjes vertrekken maar hij moest blijven. Nog steeds was het maar een klein opdondertje. Hoewel hij uitgelaten speelde en vol plezier de kamer door rende was de dokter niet helemaal gerust op z’n niesen. Hij bleef maar verkouden en snotteren. Het leek wel alsof hij altijd snurkte. Weer was een week voorbij en er kwamen nog steeds mensen kijken naar de katten in het asiel. Toto zag zijn laatste zusje opgehaald worden. Daardoor bleef hij alleen met zijn moeder achter in de grote ruimte. Omdat hij zich behoorlijk begon te vervelen, probeerde hij steeds opnieuw met z’n moeder te spelen en besprong hij haar steeds weer als ze er even niet op bedacht was. De laatste lel die hij van haar kreeg, was voldoende om hem tot bedaren te brengen. In een hoekje van de kamer ging hij zich zitten wassen tot zijn aandacht werd getrokken door de deur die werd geopend. Hij keek op en zag een jonge vrouw binnenkomen. Hij liep op haar af en snuffelde aan haar broek. Toen de jonge vrouw hurkte, liep Toto met gekromde rug en zijn aanvalshouding weg om even later opnieuw naar haar toe te springen. De vrouw speelde zijn spelletje mee en dat vond hij heel leuk. Hij gromde van plezier. Met zijn oren plat in de nek stoof hij door de ruimte heen om zich vlak voor haar met een ruk om te draaien en weg te rennen. Toen de vrouw tegen de muur aan ging zitten, liep hij op haar af en klom op haar benen. Met zijn kopje naar haar schoenen ontdekte hij de veters. Zijn voorpoot pakte een lusje en hij begon met alle kracht te trekken. Het lukte hem om de veter los te wurmen. Hij pakte het langste stuk ervan in zijn bek en grommend schudde hij zijn kop heen en weer. Door zijn onbenulligheid viel hij van de benen af en rende verder grommend opnieuw door de ruimte om daarna zonder pardon tegen de vrouw aan te springen en op haar schouder te klimmen. Met zijn neusje snuffelde hij door haar haren en in haar oor. Het kriebelde hem waardoor hij verschrikkelijk moest niesen. Zo erg dat zijn snot op haar jas kwam te zitten. Op het moment dat hij probeerde weg te springen, strekte de vrouw haar armen en sprong hij ongewild in de val. De armen vingen hem op en drukten hem tegen de borst van de vrouw. Hij mauwde zachtjes toen ze hem knuffelde. Hij kende dat helemaal niet en wist niet wat hij ervan moest denken. Hij wilde alleen maar weg. En dat mocht. Hij sprong op de grond en nam zijn aanvalshouding aan. Dreigend met zijn kontje omhoog, een zwiepend staartje en buik plat op de grond wachtte hij het juiste moment af om op de schoen af te springen en de veter in zijn bekje te pakken. Als een prooi schudde hij weer heftig met zijn kopje heen en weer tot hij genoeg had van het spelletje. Moe maar voldaan ging hij op de benen van de vrouw liggen. Hij voelde hoe haar hand over zijn lijfje aaide en hij begon tevreden te spinnen. Toen na een tijdje de handen hem optilden en de vrouw hem nog wat knuffelde, vond hij het niet erg. Ze zette hem terug op de vensterbank naast z’n moeder en liep naar deur. Hij sprong van de vensterbank af en liep de vrouw achterna. Hij wilde niet dat ze ging. Hij wilde nog verder spelen maar de deur werd voor zijn snuitje dichtgedaan en hij stond daar naar de gesloten deur te staren. Toto was echter geen katje dat lang treurde en na om zich heen te hebben gekeken sprong hij op het pluchen balletje en voetbalde er de kamer mee door.

Toto op de kop

Een gelukkig weerzien

Toto was al bijna tien weken maar het bleef een ukkepuk. Hij at nu al zelf en de kamer waarin hij leefde, kende hij op zijn duimpje. Voor het raam zat hij verlangend naar de vogels en de wijde wereld te kijken. Hij hoorde de deur opengaan en keek met belangstellende stralende oogjes om. Er kwam een vrouw binnen. Ze liep op hem af en aaide zijn kopje. Wat ze allemaal tegen hem zei begreep hij niet maar hij herkende haar geurtje en sprong tegen haar op. Hij klauterde verder tot hij boven op haar schouder zat en de wereld eens van zo’n hoogte kon bekijken. Hij probeerde nog hoger te klimmen en op haar hoofd te gaan zitten maar dat lukte niet. Bovendien werd hij vastgepakt en hield de vrouw hem voor haar borst in haar armen vast. Wat Toto nog niet wist was dat hij meegenomen zou worden. Z’n broertjes en zusjes zou hij nooit meer zien en nu moest hij ook dag zeggen tegen zijn moeder. De vrouw liep met Toto naar de moederpoes maar die kon het niets schelen dat hij weg zou gaan. Ze besnuffelde haar zoon eventjes en begon zich daarna uitgebreid en verder ongeïnteresseerd in hem te wassen. Buiten de kamer gekomen keek Toto naar alles wat hij nog nooit gezien had. Hij rook de lucht die van buiten de gang binnenkwam en probeerde los te komen uit de stevige omarming van de vrouw om zelf op onderzoek uit te gaan. Met zijn pootjes gestrekt probeerde hij alles te raken waar ze langs liepen. Hij mauwde vragend, maar los mocht hij niet. Eigenlijk vond hij dat ook niet zo heel erg. Dit uitstapje was al een hele belevenis voor hem en hij genoot ervan. Hij werd onder de jas gestopt. Daar was het lekker warm en toen hij even losgelaten werd, klauterde hij naar haar rug, waarbij de vrouw kreetjes gaf omdat hij zijn nageltjes in haar schouder en rug klauwde. Met veel moeite werd hij weer naar de voorkant van de vrouw gesjord en moest hij daar blijven zitten. In de auto keek hij met zijn kopje boven de jas uit. Spannend! Hij wilde beter kunnen zien maar hij zat zo stevig vast dat hij alleen zijn kopje maar kon draaien.

Toto

Het nieuwe huis van Toto

Toen de vrouw de auto geparkeerd had, werd hij stevig vastgeklemd tussen jas en lichaam. De grote deur voor hem werd geopend en samen gingen ze naar binnen. Boven aan de trap stonden nog meer katten. Ze begroetten de vrouw en keken met een minachtende blik naar het mormel onder haar jas. In een grote kamer opende de vrouw haar jas en zakte Toto op haar schoot toen ze ging zitten. De andere katten stonden met de voorpoten tegen haar op en besnuffelden hun nieuwe huisgenoot. Toto legde een poot op de kop van de poes Mickey en kreeg meteen duidelijk gemaakt dat zij daar niets van moest hebben. Ze gromde boos tegen hem en liep geërgerd weg. Toto ademde een paar keer diep en liet zich op de grond vallen. Al snuffelend stond hij op een gegeven moment voor een grote cyperse kater, Ferdy genaamd. Ferdy onderging het gesnuffel gelaten en snuffelde net zo vrolijk terug. Hij gaf Toto speels een tik met zijn poot. Als je maar weet dat ik de baas ben, leek hij te zeggen. Daar hoefde Ferdy voorlopig niet bang voor te zijn want Toto zakte bijna door zijn pootjes, zo zwaar was de poot van Ferdy. Ferdy’s broer Boy lag alles eens rustig vanuit de luie stoel te bekijken. Toto kroop op zijn buik onder Ferdy’s poot uit en ging vrolijk op onderzoek uit. Het was een grote kamer en hij besnuffelde alles. Hij was nog zo klein dat het hem zelfs lukte om onder de stoelen en bank te kruipen. Ook achter de kachel leek het hem wel interessant en dus kroop hij erachter. Toen hij er weer achter vandaan kwam was zijn lijfje gespikkeld van het stof dat er achter lag. Hij raapte al zijn moed bij elkaar en probeerde bij Boy op de stoel te klimmen. Met een zetje van de vrouw onder zijn kontje lukte het hem en voorzichtig probeerde hij een lekker warm plekje tegen Boy’s lijfje aan te vinden. Hij was er wel op bedacht dat Boy hem zou afwijzen en daarom deed hij het zo voorzichtig mogelijk. Tot zijn eigen verbazing begon Boy hem uitgebreid te wassen en hij liet zich tevreden grommend en spinnend tegen Boy aan glijden. Toen Toto honger begon te krijgen, zocht hij naar de tepels op Boy’s buik. Boy liet hem begaan en ging zelfs voor hem op z’n rug liggen. Toto sabbelde en trappelde maar er kwam geen melk. Hoe hij zijn best ook deed, het lukte niet.

Wat zit er achter het kattenluikje?

Het vrouwtje verliet de kamer en opeens sprong Boy op, rekte zich uit en sprong van de stoel af. Toto keek hem verbaasd na en toen alle katten door het kattenluik verdwenen waren, wist hij niet goed wat hij moest doen. Met een klap liet ook Toto zich van de stoel vallen. Hij liep het gat in de deur door. Hij kon de andere katten niet meer zien maar hoorde ze wel. Hij keek naar de deur van de keuken waarachter de andere verdwenen waren. In deze deur zat geen gat. Het luikje kende hij niet en voorzichtig probeerde hij met zijn poot de deur open te duwen. Stom toevallig duwde hij tegen het luikje aan en het bewoog. Het kwam echter ook weer terug en met een schok sprong Toto achteruit om het klepje niet tegen z’n kop aan te krijgen. Hij wilde zo graag naar de keuken en wist niet hoe. Hij mauwde zachtjes eerst, en toen harder en dwingender. Hij wilde naar binnen. Opeens ging het luikje open in zijn richting. Hij liep ernaartoe en stak zijn kopje erdoor. Hij snuffelde en rook allerlei lekkere luchtjes. Hij stak zijn voorpoten door het gat en krabbelde met zijn achterpoten net zo lang tot hij met zijn buikje op het randje lag. Hij liet zijn gewicht verder glijden en viel door het gat de keuken binnen. Zonder bedenken vloog hij naar de bakjes toe van de katten. Dat kostte hem een flinke mep. Alleen Ferdy liet zich wegdringen door de kleine opdonder. Hij had nog maar één hapje genomen toen het vrouwtje hem bij zijn middel oppakte en meenam naar de kamer. Toto protesteerde hier heftig tegen maar vrouwtjes wil was wet. In de kamer werd hij op de grond gezet, waarop hij zich meteen omdraaide om naar de keuken terug te rennen. Hij werd echter in zijn nek gegrepen en met zijn snufferd boven een bakje eten gezet. Alsof hij uitgehongerd was viel hij aan op het lekkere eten. Het was ander eten dan hij daarnet geproefd had maar dat vond hij niet erg. Dit was ook heel lekker.

Toto onder deken

Vriendjes?

Hij was al een paar uur in zijn nieuwe huis voordat hij Cassie ontdekte. Cassie was een jonge schildpadpoes van zijn eigen leeftijd die zich tot aan etenstijd had schuilgehouden achter de koelkast. Het woord eten was voldoende om haar uit haar schuilplaats te lokken. Ook Cassie was nog maar net in haar nieuwe woonomgeving. Twee dagen geleden was zij opgehaald en kon ze nog maar niet goed wennen. De oude katers lieten haar met rust maar ze miste haar zusje als speelkameraadje. Met de komst van Toto zou dit veranderen. Na het eten zochten de oude katten een rustig plekje om zich te wassen en na te genieten van de maaltijd. Ze wilden niet meer gestoord worden de komende uren. Dat was voor Toto even moeilijk omdat hij meteen na zijn buikje te hebben gevuld weer door het dolle heen was. Het duurde niet lang voordat Cassie ontdekte dat Toto een leuk speelvriendje was. Samen ontdekten ze het huis verder, want er was natuurlijk nog veel meer dan alleen de kamer en de keuken. Onvermoeibaar achtervolgden ze elkaar de trap op en weer af en Toto had goed gekeken hoe hij door het luik moest komen, dus dat vormde geen probleem meer. Toto was veel kleiner dan Cassie maar dat leek hem niet uit te maken. Hij dook boven op haar, beet haar in haar nek en zo rolden ze samen door de kamer. Vooral haar mooie staart waarmee Cassie uitdagend zwaaide, was heel aantrekkelijk voor Toto. Of hij ooit zo’n mooie staart zou krijgen vroeg hij zich niet af. Dat kon hem niet veel schelen. Zolang hij maar kon spelen met ander katten hun staarten was hij heel tevreden. Het duurde niet lang voordat hij z’n plaatsje in huis had gevonden. Hij kon het heel goed met Cassie vinden en ook Cassie was blij met haar vriendje. Mickey, de zwarte poes, was minder gecharmeerd. Cassie vond ze prima maar Toto moest ze zich van het lijfhouden en ze blies regelmatig boos tegen hem. De grote katers gedroegen zich ook nu weer als lieve ooms en accepteerden heel veel van hem. Zo veel zelfs dat daar waar Mickey hem weg mepte als hij zuigelingenneigingen kreeg, de katers rustig op de bank op hun rug gingen liggen en Toto lieten begaan. Het was een vreemd gezicht. Toto die probeerde te drinken bij de katers en geen van alle leken door te hebben dit toch echt niet kon lukken.

Het onbekende tegemoet

Maar Toto werd ouder. Z’n tandjes werden scherp en z’n nageltjes begonnen pijn te doen. Daarom vond Ferdy, en later ook Boy, dat het maar eens afgelopen moest zijn. Lekker tussen hen in liggen vonden ze best maar sabbelen was er niet meer bij. Vier maanden was hij nu al; kende het huis, het balkon, speelde met de opgerolde sokken van het vrouwtje en was steeds op zoek naar nieuwe avonturen. Avonturen waar zijn vrouwtje niet op zat te wachten gezien de inspanningen die ze moest doen om hem terug te vinden. De eerste keer had hij het voor elkaar gekregen om via de daken naar een duiventil te klauteren. Dat was nog niet zo erg, maar dat hij zich langs de omheiningen naar beneden liet glijden was vervelender. Dat moest ook Toto bekennen. Hij was wel naar het plaatsje gekomen maar terug naar het dak, dat ging niet meer. Het vrouwtje riep hem steeds opnieuw maar hij kon alleen maar mauwen en dat hoorde ze niet. Hij begon honger te krijgen. Hij keek om zich heen maar zag niets wat hij eten kon. Wat was er toch gebeurd? Hoe kon dit nou? Hij raakte in paniek en begon zo hard als hij kon te mauwen. Hij keek over de rand, maar daar was ook geen uitweg voor hem. Dat was wel vijf meter diep. Het leek heel lang te duren maar opeens hoorde Toto de stem van zijn vrouwtje. Hij keek over de rand en begon onbedaarlijk te mauwen. Zij stond daar beneden in de diepte en hij zat hier. Hoe moest dat toch opgelost worden? Waarom had hij dan ook zo dom gedaan? Dat zei het vrouwtje ook steeds. Uiteindelijk zag Toto een hele lange ladder naar boven komen. Hij kende dat niet en ging naar achteren zitten wachten wat er zou gaan gebeuren. Toen hij het hoofd van zijn vrouwtje zag, kwam hij voorzichtig dichterbij. Hij wist niet wat hij moest doen. Hij werd geroepen en voelde de hand van het vrouwtje over zijn kopje aaien. Toen werd hij plotseling in zijn nekvel gepakt en over de rand getrokken. Hij schrok zich een ongeluk en probeerde zich vast te klauwen in wat hij maar grijpen kon. Hij werd echter op een grote afstand gehouden en probeerde daarom zo rustig mogelijk te blijven hangen. Eindelijk beneden mocht hij tegen het vrouwtje aan klimmen. En dat deed hij, zo hoog als hij maar kon. Hij was heel erg geschrokken en wilde niets liever dan heel dicht tegen haar aan te hangen. Dat hij daarbij alle klauwen in haar sloeg kon hem niet zoveel schelen. Ze kon hem ook niet loskrijgen en bracht hem heel snel terug naar zijn vertrouwde omgeving.

Toto pasgeboren

Ondeugende Toto

Onder aan de trap werd hij neergezet en kreeg hij een klapje onder zijn kont. Zo snel als hij kon rende hij de trap op, vloog de kamer binnen en kroop onder de bank om er voorlopig ook niet meer onder vandaan te komen. Dat een volgend avontuur niet lang op zich zou laten wachten lieten de glimmende ogen van Toto al wel raden. In de laatste weken waren z’n blauwe kittenoogjes van kleur veranderd en in tegenstelling tot de ogen van alle andere katten werden ze van Toto niet bruingelig van kleur maar groen. Zoals de oceaan er af en toe uit kan zien. Dat nam niet weg dat ze nog altijd even ondeugend rondkeken op zoek naar nieuwe uitdagingen. Zo’n uitdaging was bijvoorbeeld een spelletje met het vrouwtje. Toen het vrouwtje even niet oplette, glipte Toto langs haar benen naar buiten. De straatkant was eigenlijk niet geschikt voor de katten en het vrouwtje moest dan ook alle moeite doen om Toto weer te pakken te krijgen. Toen dat na een halfuurtje lukte, vond Toto dat niet erg. Hij had genoeg gespeeld. Bovendien had hij het vrouwtje goed tuk gehad. Toen hij wegglipte bleef hij midden op straat zitten en keek vragend naar haar op. Hij wilde dat ze probeerde hem te pakken. Op het moment dat ze in zijn richting kwam lopen en hem wilde grijpen, rende hij snel achter het hek van de synagoge en hij bleef daar zitten kijken wat het vrouwtje zou doen om hem daar weg te halen. Hij zag haar hand door het hek komen en ging een paar passen verder zitten. Daar waren haar armen niet lang genoeg voor. Hij mauwde tegen haar. Kom dan, leek hij te zeggen. Tot zijn verbazing klom het vrouwtje over het hek en sprong ze met een klap op de grond. Oh, dacht Toto. Hij draaide zich van haar af en rende de hoek van het gebouw om, uit het zicht van het vrouwtje, en bleef stil zitten. Hij hoorde haar voetstappen en toen ook zij de hoek om kwam, rende hij snel terug en schoot haar voorbij. Voor het hek stopte hij. Weer ging hij zitten afwachten. Hij hoorde wel dat ze het spelletje niet echt leuk vond maar hij had veel lol en mauwde vrolijk verder. Hij zag haar handen komen en glipte weer terug tussen het hek door, de straat op. Hij vond het maar wat prachtig om zijn vrouwtje zo voor de gek te houden. Vooral nu zij nog achter het hek zat. Er bleef voor het vrouwtje niets anders over dan weer terug te klimmen en hem opnieuw op te jagen. In de stoeprand zag hij een sleuf zitten. Hij liep erop af en snuffelde in de diepte toen hij een ijselijke kreet van zijn vrouwtje hoorde. Vrijwel direct werd hij in zijn nek gegrepen. Het vrouwtje was boos, dat kon hij goed horen, maar hij wist ook dat ze dat niet lang kon blijven en hij gaf haar een flinke knuffel met zijn kop en vlijde zich tegen haar aan.

De nare ontmoeting

Hij had al gauw door dat iedereen helemaal weg was van hem en daar maakte hij speels gebruik van. Dat kwam vooral door zijn ogen. Zeegroene ogen in een zwarte kop was ook niet alledaags. De enige die hij daarmee niet kon charmeren, bleef Mickey. Dat vond hij niet erg maar pesten kon hij haar wel. Dat deed hij dan ook regelmatig. Als hij weer een dolle bui kreeg, de dolle vijf minuten noemde het vrouwtje het, kon je dat meteen aan zijn ogen zien. Ondeugend met de oren plat in zijn nek en onder het uiten van grommende geluiden stoof hij door de kamer, pakte alles wat in zijn weg liep even mee en stoof weer verder. Het werd een rondje huiskamer. Over de bank, over de tafel, en natuurlijk ook over het vrouwtje om daarna tussen de planten op de vensterbank door te stuiven en tegen het raam aan te springen. Terug bij de bank duwde hij met zijn kop de bekleding omhoog en ging eronder liggen. Dat vond hij lekker warm en als hij toch ook nog nieuwsgierig was, kwam hij met zijn kopje eronderuit. Een avontuur waar hij wel erg van geschrokken was en zich ook doodziek van voelde, was die keer dat hij weer tussen het vrouwtje en de deur naar buiten was geglipt. Dat was ’s avonds en het vrouwtje had het niet gemerkt. Dat vond hij allang best en hij liep vrolijk te lanterfanten door de straat tot iemand hem oppakte en meenam naar een plek die hij niet kende. Het was een rare man die hem had gepakt en hij mocht hem helemaal niet. Toto zag echter geen kans om te ontsnappen en liet zich min of meer gedwongen meevoeren. Toch vond hij het ook heel spannend. Ze liepen over een brug en hij kon heel ver kijken. Hij zag een toren en bruggen en was reuze benieuwd wat hij verder nog zou meemaken. Ook de man had een huis maar dat zag er heel vies uit. Er hing een verschrikkelijke lucht en er waren meer mensen die maar niet van hem af konden blijven. Hij wilde weg maar zag geen uitweg. Hij hoopte dat het vrouwtje zo zou komen om hem weer mee naar huis te nemen. Er werd heel veel gerookt en het stonk verschrikkelijk. Hij ademde de lucht in en voelde zich helemaal draaierig en misselijk worden. De mensen bliezen de lucht recht in zijn snuit. Het enige dat hij kon doen was zo ver mogelijk weg te gaan liggen. Hij dacht dat hij zijn vrouwtje en de andere katten nooit meer zou zien en voelde zich heel triest en alleen. Het was alweer licht geworden, maar hij had geen oog dichtgedaan. Hij zocht en zocht, maar vond geen uitweg. Met dit avontuur was hij niet blij. Hij voelde zich zo ziek dat hij moest overgeven. De man probeerde hem te pakken, maar Toto deed zijn best om dat niet te laten gebeuren. De kamer was echter niet zo groot en er waren te weinig plekjes om je te verschuilen. Het duurde dan ook niet lang of hij werd gepakt en onder de jas van de man geduwd. Ook daar stonk het verschrikkelijk. Zo had het onder de jas van het vrouwtje niet gestonken. Daar rook het veel lekkerder. Onwillig bleef hij zitten en moest hij laten gebeuren wat er zou gaan gebeuren. Nu was het licht terwijl ze over de brug liepen die hij de avond daarvoor in het donker had gezien. Even voelde hij een beetje hoop maar dat werd al snel verdrongen door de misselijkheid die hij opnieuw voelde opkomen. Hij keek bedroefd en ziek uit z’n ogen maar herkende vaag de straat waaruit hij was weggevoerd de avond ervoor. Kon het waar zijn? Hoorde hij daar een stem die hij kende?

Veiligheid boven alles

Hij voelde hoe hij onder de jas vandaan werd gehaald en dat het vrouwtje hem overnam. Hij was erg gelukkig, maar kon dat niet laten blijken, zo ziek was hij. Snel werd hij naar zijn vertrouwde omgeving gebracht. Hij voelde dat zijn vrouwtje in paniek was. Hij werd op een warm plekje gelegd en toen het vrouwtje na het telefoneren terugkwam, werd hij op een dekentje op de vensterbank gelegd met geopende ramen. Dat was heerlijk. Veel frisse lucht was wat hij nodig had. Hij vond het zelfs niet erg toen er iets in zijn kontje gestopt werd. Hij hoorde dat hij geen koorts had en werd verder de hele tijd met rust gelaten. Zelfs door de andere katten. Ze kwamen wel even snuffelen en hun medelijden tonen; behalve Ferdy, die gaf hem stevig op zijn donder voor zijn domheid, maar kwam daarna even bij hem liggen. Dat voelde heel beschermend en zo viel Toto in slaap voor een hele lange tijd. Ondanks dat hij al een hele tijd niet had gegeten, kon het lekkere hapje dat voor hem stond hem later op de avond nog steeds niet bekoren. Hij likte er een keer aan maar liet het verder staan. Wel dronk hij de melk met bouillon maar ook niet te veel. Hij viel weer in slaap en het was pas de volgende dag dat hij weer wakker werd. Hij voelde zich een heel stuk beter, maar wankelde nog wel een beetje. Hij slofte de trap omhoog en stond boven aan een beetje te hijgen voor hij naar de slaapkamer van het vrouwtje liep. Ze was nog niet wakker maar werd dat wel toen Toto probeerde bij het hoofdeinde onder de deken te kruipen. Het vrouwtje liet hem eronder en aaide hem lief en teder. Toen hij lekker in haar holletje was gekropen en haar warmte voelde, was hij heel blij en viel hij opnieuw in slaap zonder bang te zijn. Het vrouwtje zou hem beschermen. Maar één ding wist hij heel zeker: hij zou nooit meer ongezien wegglippen. Dit was een avontuur waar hij geen zin meer in had. Bovendien: via het balkon hadden ze allemaal ruimte genoeg om te stappen zonder al te veel gevaren en daar gaf hij toch de voorkeur aan.

Indy Toma (publicatie met uitdrukkelijke toestemming van de auteur)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *